0544 46 7752 bisschop philip roveniusstraat 2, 7141 KS groenlo kenniscentrum ouderportaal

Baby- en dreumesgroepen (0-2 jaar)
Muisjes & Hagelslag 

Bij pindakaas vinden we de buikperiode van iedere baby erg belangrijk en zien we iedere baby als individu. Hoe de kinderwens bij ouders begint, wat (aanstaande) ouders ervaren en belangrijk vinden, hoe de bevalling verloopt; het heeft allemaal invloed op het lichamelijk en emotioneel welzijn van de baby. Vanaf de geboorte begint de levensreis van de baby en wij vinden het erg bijzonder om daar een rol in te mogen spelen. Om een baby op een fijne, veilige en huiselijke manier opvang te bieden, hebben we dan ook hele lieve, rustige en betrokken beroepskrachten geselecteerd, die met passie hun vak uitoefen, volledig bij kennis en kundig zijn. Alle medewerkers hebben de opleiding tot Babyspecialist gevolgd.

Ook belangrijk is dat ze continu in ontwikkeling zijn en verdieping zoeken omtrent het jonge kind. Op deze manier willen wij graag werken om iedere baby maximaal te laten ontwikkelen binnen deze korte maar o zo belangrijke tijd. In de eerste maanden tot 1,5 jaar gebeurt er heel veel in het leven van de baby. Zulke grote stappen zal hij in zo’n korte periode van zijn leven niet meer maken.

Hij gaat zijn hechting ontwikkelen, onderscheid tussen verschillende emoties maken en leren hierop te reageren, hij gaat brabbelen en oogcontact maken. Er ontstaan sociale verwachtingen en deze worden goed zichtbaar tijdens contactspelletjes en de baby laat een duidelijke reactie zien op eigen naam. Maar vergeet niet het hele motorische gedeelte. Dit is de basis voor de verdere ontwikkeling: omrollen, tijgeren, kruipen en lopen Het fundament voor vertrouwen in het leven, in anderen en in de wereld wordt gelegd. De bouwstenen voor het gevoel van vertrouwen zijn warmte, regelmaat en een flinke dosis liefde en affectie.

Om op dagen dat u aan het werk bent deze zorg over te nemen hebben wij ervoor gekozen dat al onze beroepskrachten specialistisch zijn geschoold. En dat wij een aantal kernpunten centraal hebben gesteld van alle ontwikkelingsmomenten en daarbij behorende behoeften van de baby. We hebben hier onderscheidt gemaakt in fysiologische zelfregulatie, veilige hechting, ontwikkeling van autonomie, individuatie en exploratie.

Fysiologische zelfregulatie (groeien, samen met Pindakaas en papa en mama)

Baby’s groeien in het eerste jaar met grote sprongen en zij ontwikkelen op motorisch vlak. Bij deze fysieke groei, heeft het kind vanaf de geboorte recht op en behoefte aan primaire basisbehoeften waar de baby de volwassene nog bij nodig heeft. De primaire behoeften zijn: voeding, rust en lichamelijke verzorging. Door deze verzorging groeit het kind goed en dit wordt fysiologische zelfregulatie genoemd. De baby leert om onlusten, slaap en honger te reguleren, doordat de volwassenen om hem heen gehoor geven aan deze behoeftes.

Bas huilt, de pedagogisch medewerker hoort hem en gaat naar hem toe om nabijheid te bieden. Aan het huiltje kan zij horen wat Bas nodig heeft: hij heeft honger. Ze stelt hem gerust, maakt zijn fles en voedt hem op schoot.

Om de fysiologische zelfregulatie te versterken hebben wij er onder andere voor gekozen om in de eerste maanden moedermelk en/of flesvoeding door ouders te laten aanleveren. Ook hanteren we het slaap- en voedingsritme dat thuis gevoerd wordt door ouders.

Veilige hechting (Lekker samen knuffelen!)

Een veilige hechting begint al in de baarmoeder. Vanaf dat moment wordt er contact gemaakt, zowel lichamelijk als gevoelsmatig. Een ontwikkelingstaak van iedere baby is het vormen van relaties met zichzelf en de ander en het aangaan van gehechtheidsrelaties. Door verbondenheid ontdekken baby’s wie zij zelf zijn. Onze beroepskrachten zijn ook hechtingsfiguren voor de baby. Wij werken daarom met vaste gezichten op vaste dagen, zodat uw kind maximaal 3 vaste gezichten heeft. De beroepskracht metalliseert en verplaatst zich in het perspectief van de baby. Communicatie ligt ten grondslag aan een veilige hechting. Onze beroepskrachten werken laag bij de grond en communiceren op het niveau van de baby. Alles wat zij doen verwoorden we naar de baby; “je voelt je niet fijn he,” of “je bent erg moe”. Zo maak je contact en voelen baby’s nabijheid.

Roos is erg moe maar vindt het prettig om bij de pedagogisch medewerker in de buurt te zijn. Zij laat Roos in de draagdoek dicht tegen haar aan in slaap vallen. Zo voelt ze de nabijheid en valt ze op een emotioneel veilige plek in slaap. Eventueel kan Roos daarna overgelegd worden in een bedje.

Ook staat de beroepskracht open voor de signalen van de baby, begrijpt de signalen goed en reageert er snel en adequaat op. Deze afweging hoe hierop gereageerd wordt, wordt gemaakt door de cirkel van veiligheid toe te passen. Hiermee wordt bewust gezien welk hechtingsgedrag de baby laat zien en welke reactie daar het beste bij past. Zo leert de baby dat de beroepskracht kan beschermen en beschikbaar is. In een veilige hechtingsrelatie zoekt de baby contact, troost en fysieke nabijheid en anderzijds gaat de baby zijn eigen weg door op onderzoek uit te gaan. Het is voor een baby erg prettig om te merken dat hij zich veilig mag voelen bij zowel ouders als de pedagogisch medewerkers. Dit noemen we de pedagogische driehoek: samen met ouders staan we in een driehoek, met het kind bovenaan.

Anne wordt door haar moeder opgehaald op de groep. De pedagogisch medewerker heeft Anne vast en zegt: “kijk Anne, daar is mama, wat fijn dat ze er weer is hè!” Het is prettig voor Anne en haar moeder dat de pedagogisch medewerker aandacht heeft voor de veilige hechting met de moeder van Anne en dit zo duidelijk benoemd.

Beroepskrachten bieden een emotionele veiligheid door het zelfvertrouwen van het kind te stimuleren met complimentjes, door samen plezier te maken, maar ook door structuur te bieden en grenzen te stellen. De beroepskracht is een veilige haven wanneer zij de baby troost bij verdriet, geruststelt bij angst of helpt bij woede of andere emoties. Om sensitief en voorspelbaar te kunnen reageren zijn de beroepskrachten betrokken bij het kind en hebben zij kennis over wat de baby nodig heeft. Zo krijgt de baby het gevoel: “ik mag er zijn” en krijgt de baby vertrouwen in de wereld om hem heen. Om baby’s goed te begrijpen en te volgen, zijn de beroepskrachten geschoold in de Dunstan babytaal. Hiermee leren ze onderscheid maken tussen de verschillende huiltjes en welke behoefte het kind daarmee laat horen.

Autonomie (Lekker veel zelf doen!)

Van jongs af aan hebben baby’s al de behoefte om als zelfstandig individu gezien te worden. In het eerst levensjaar is fysieke autonomie een ontwikkelingstaak. Het is daarom ook belangrijk om baby’s daarin te volgen en op de juiste manier te benaderen. Bij het geven van voeding gaat de baby op zoek naar bewegingsvrijheid om zijn voorkeurshouding aan te nemen. Door de baby het gevoel te geven dat het mag zijn wie hij is en dat het ertoe doet wat hij wil, krijgt hij vertrouwen in zichzelf. Daardoor durft hij weer verdere stappen te zetten. Respect voor autonomie is een basisbehoefte, naast een hechtingsrelatie en ontwikkelingscompetenties. We tonen respect voor autonomie van de baby op verschillende manieren. Bij het respectvol aanraken en verzorgen, actieve betrokkenheid, oog voor initiatieven en het zelf laten ontdekken.

Respectvol aanraken en verzorgen doen we door de door de baby voor te bereiden op wat er gaat komen. Bij een vieze neus, maken we eerst oogcontact en zeggen we: ‘Ik zie dat je een vieze neus hebt, ik ga hem even schoonmaken’. Vervolgens wachten we op de reactie van de baby (oogcontact, herkenning of een glimlach) en maken het neusje schoon. Het is belangrijk om de babytijd te geven om te reageren en niet direct over te gaan op actie. Bij alles wat we met de baby gaan doen, bereiden we hem eerst voor. Dat is werken op het tempo van de baby en niet op het tempo van de beroepskracht.

Wij hebben ervoor gezorgd dat alles op de groep laag is met uitzondering van de voedingstafel, de bank en een kort wipstoel moment na het drinken van de fles (bijvoorbeeld bij kindjes die wat spugen). Kinderen zijn op deze manier altijd in staat om de beroepskracht te benaderen, contact te maken en zich even groot of klein te voelen als hen. Ook kan de baby zelfstandig speelgoed pakken en ontdekken wat er allemaal te doen is in de groep. Met zijn allen zien wij in de babygroep de wereld vanaf de grond.

Individuatie en exploratie ( De wereld ontdekken!)
Individuatie houdt in dat de baby zichzelf gaat ontdekken als een eigen persoon, los van andere volwassenen om hem heen. De baby ontwikkelt zijn eerste eigen identiteit: “een eigen ik”.  Dit wordt bereikt door exploratie: het verkennen en ontdekken van de wereld om hem heen. Uitvinden door te kijken, voelen en proeven. De baby gaat op onderzoek uit. De eerste cognitieve vaardigheden beginnen zich te ontwikkelen in het eerste jaar, zoals aandacht en concentratie en zo wordt de baby meer alert voor wat er om hem heen gebeurt. De baby gaat de wereld ontdekken en wij helpen de baby om deze wereld te begrijpen, op een fijne en veilige manier. De baby gaat zelf ontdekken wat hij kan en dit stimuleren wij door de autonomie te stimuleren. Door baby’s dingen zelf te laten doen, zien, voelen, proeven en proberen kunnen kinderen ontdekken waar hun wensen en grenzen liggen. Ze gaan zichzelf zien in verhouding tot anderen.

Pim is lekker op de groep aan het spelen. Het nieuwe thema is begonnen en de pedagogisch medewerker heeft een brandweerauto op de groep gezet. Ze laat Pim zelf ontdekken wat het is en wat hij ermee kan zonder hem daarin te sturen.

De baby ervaart ook het contact met leeftijdgenootjes op de groep bij Pindakaas. Door andere kinderen aan te raken, samen te spelen en te ontdekken stimuleren we de individuatie. Door objecten aan te bieden die de baby kan verkennen, wordt exploratie gestimuleerd. Ook zijn er spiegels in de ruimte aanwezig, zodat de baby zichzelf ook echt kan zien.

Bram heeft een schone luier nodig. De pedagogisch medewerker neemt hem mee naar de verschoontafel van groep Muisjes. Hier hangt een spiegel boven en Bram kan zichzelf zien. Hij moet erg lachen als de pedagogisch medewerker samen met hem zijn neusje, ogen en buik aanwijst.

We bieden als vaste activiteit in de week snoezelen aan. Snoezelen kan bedoeld worden om te kalmeren of te activeren (exploreren). We creëren een rustige omgeving met gedimd licht, eventueel muziek en hebben speciale materialen die bijdragen aan het gewenste doel.

Slapen

Goed rusten is een primaire behoefte voor baby’s en peuters en draagt bij aan de fysiologische zelfregulatie. Uit onderzoek is aangetoond dat kinderen buiten langer en beter slapen en dat zij minder vaak ziek zijn. De natuurlijke geluiden kunnen een rustgevende werking hebben en de frisse lucht is positief voor de luchtkwaliteit en daarmee de luchtwegen. Voor kinderen die lastig in slaap komen kan het ook bijdragen. Doordat er minder prikkels zijn bevorderd dit de rust. De buitenbedjes bij Pindakaas staan op een beschutte plek, niet direct aan de weg en dichtbij de groep, waar altijd iemand aanwezig is als de kinderen slapen. Er is altijd zicht op de bedjes en we laten de deur naar de groep open, zodat we de kinderen ook altijd kunnen horen.

Dagritme baby’s en dreumesen

Educatieve doe-, verzorging- & ontdekkingsreis

7.00 – 9.00  

Tussen 7.00 (6.15 vervroegd) en 9.00 komen de baby’s en dreumesen binnen bij KDV Pindakaas en begint de educatieve reis. We verwelkomen de kinderen en bespreken bijzonderheden met ouders. De kinderen die thuis nog niet ontbeten hebben kunnen dat bij Pindakaas doen. Zij krijgen de fles, een boterham en/of een bekertje melk. Tot 9.00 uur kunnen de kinderen vrij spelen met het speelgoed op de groep. Wij begeleiden hen hierbij en laten hen ontdekken en exploreren, met altijd een pedagogisch medewerker dichtbij op de grond.

9:00 – 11.30      

Rond 9.15 uur gaan we gezamenlijk opruimen en dan aan tafel voor het fruit en drinken. Baby’s krijgen hun fles in hun eigen ritme en worden lekker op schoot gevoed in de stoel of op de bank. Als dit op is, zingen we liedjes met de kinderen of lezen we voor uit een boek. Daarna kan er geknutseld worden in het thema.We kunnen lekker gaan verven, plakken, kleuren, kleien of lekker knoeien met scheerschuim, zand of water.

Rond 10.00 uur is de verschoonronde. Zodra iedereen een schone luier heeft gehad, gaan we bij mooi weer buiten spelen. Kinderen kunnen gebruik maken van allerlei materialen die geschikt zijn voor hun leeftijd. Ook maken we soms een wandeling in de buurt naar de halve maan of naar de supermarkt. Bij slecht weer blijven we binnen en kunnen dan met blokken bouwen, puzzelen, dansen op muziek, spelen met ballonnen. Ook kan het zijn dat juf Fleur langs komt om muziek te maken op de groep!

11.30 – 15.00

We gaan rond 11.30 uur aan tafel voor de broodmaaltijd voor kinderen die daar al aan toe zijn. De kinderen krijgen eerst een boterham met hartig beleg en daarna met zoet beleg. Hierbij drinken ze een beker of fles melk. Daarna worden de kinderen verschoond en rond 12.30 uur gaan ze allemaal naar bed voor hun middagslaapje en weer op te laden voor de ontdekkingsreis in de middag. Sommige kinderen worden opgehaald.

15.00 – 16.00  

Rond 15.00 uur zijn alle kinderen weer wakker en kan de middag beginnen. We gaan dan aan tafel om wat te drinken en een koekje/soepstengel te eten. Na het zingen of voorlezen gaan we weer naar buiten bij droog weer.  Er is altijd een pedagogisch medewerker aanwezig bij de kinderen. Als we binnen blijven kunnen de kinderen spelen met het aanwezige speelgoed op de groep of we gaan kleien, puzzelen of een sensomotorische activiteit aan tafel doen.

16.00 – 18.00

Kinderen die al een warme maaltijd eten kunnen dit ook bij ons opeten. We gaan gezamenlijk aan tafel om 16.30 uur. Kinderen die niet mee eten krijgen een soepstengel en wat te drinken. Met de kinderen die niet mee-eten, lezen we een boek gezellig op de bank (grond) of we pakken een krat met duplo blokken/treinbaan en gaan met ze bouwen. Rond 17.00 uur krijgen alle kinderen een schone luier. Tussen 17.00 en 18.00 uur (verlengd tot 18.30 uur) is de doe- en ontdekkingsreis voorbij en worden de kinderen weer opgehaald door hun ouders en verzorgers.

De rol van de pedagogisch medewerker als babyspecialist

Onze pedagogisch medewerkers zijn geschoold als babyspecialist via Lindekracht. Zij werken met baby’s en dreumesen vanuit passie en kundigheid.Onze pedagogisch medewerkers spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de kinderen. Zij bieden als professional de mogelijkheden en uitdagingen aan kinderen om zich te ontplooien en hun eigen weg te zoeken in de samenleving en in ons kinderdagverblijf. Zij nemen een deel van de opvoeding voor hun rekening. Ook hebben zij een belangrijke voorbeeldfunctie voor kinderen en een adviserende rol voor ouders. Onze medewerkers zijn zich bewust van de normen en waarden van de organisatie (zie onze waarden) en handelen daarnaar. Samen met ouders staan zij in een pedagogische driehoek, waarbij het kind bovenaan staat. In pedagogisch partnerschap bekijken zij samen met ouders wat het kind nodig heeft en hoe zij daarin kunnen bijdragen.

Activiteiten

Bij Pindakaas werken we op het hele kinderdagverblijf van 0-4 jaar met zeswekelijkse, VVE  thema’s. Ook op de baby- en dreumesgroep laten we kinderen de wereld al ontdekken door themagerichte activiteiten aan te bieden.
Wij bieden activiteiten aan die zijn afgestemd op de leeftijd en ontwikkelingfase van de (individuele) kinderen, zowel binnen als buiten. Creatieve en vrije activiteiten hebben bij ons prioriteit, doordat kinderen daarmee veel competenties ontwikkelen en op hun eigen tempo kunnen ontdekken en exploreren. Voorbeelden zijn: knutselen, muziek maken, buitenspelen en sensomotorische activiteiten zoals spelen met zand, water, scheerschuim of spaghetti. Daarnaast is snoezelen ook een vaste activiteit in de week. Onze pedagogisch medewerkers spelen actief mee met de kinderen en zijn altijd binnen bereik. Daarnaast hebben we wekelijks muziekles op de baby- dreumesgroepen. Juf Fleur komt muziek maken met haar gitaar en zingt prachtige liedjes die aansluiten op het thema. Zelfs de allerkleinsten reageren positief en nieuwsgierig op muziek.